Op de operatiekamer draait alles om precisie. Elke beweging telt, elke beslissing heeft direct impact op het leven van een patiënt. Voor Youssef Yakkioui is dat precies wat het vak zo bijzonder maakt. Maar achter die technische handelingen zit iets anders dat minstens zo belangrijk is: een voortdurende nieuwsgierigheid naar hoe het beter kan. 

Sinds 2019 werkt Youssef in Noordwest en deels ook in het Dijklander Ziekenhuis, waar hij patiënten behandelt met aandoeningen van het zenuwstelsel. Al vroeg in zijn loopbaan wist hij dat hij geen keuze wilde maken tussen patiëntenzorg en wetenschap. Tijdens zijn studie combineerde hij biomedische wetenschappen aan het Amsterdam UMC met de opleiding tot Arts-Klinisch Onderzoeker in Maastricht. In 2020 promoveerde hij op onderzoek naar moleculaire biomarkers bij schedelbasischordomen. 

Nieuwsgierigheid als drijvende kracht

De combinatie van patiëntenzorg en onderzoek is nog altijd zichtbaar in zijn dagelijkse werk. ‘Veel onderzoeksvragen ontstaan gewoon in de praktijk,’ legt hij uit. ‘Je ziet iets en denkt: kan dit niet slimmer, beter of anders? Dan zit daar vaak al een goede onderzoeksvraag.’ Die vragen laten hem vaak niet los. ‘Het moment waarop je een puzzel beter begint te begrijpen of een nieuw inzicht ontstaat, is ontzettend motiverend.’ 

De kracht van samenwerking

 ‘Wat mij in de loop der jaren misschien nog wel het meest is opgevallen, is hoe belangrijk samenwerking is in onderzoek. Nieuwe ideeën ontstaan zelden in isolatie.’ Tijdens zijn promotietraject werkte Youssef samen met een breed scala aan disciplines: van microbiologen en pathologen tot grafisch ontwerpers. Met de medisch instrumentmakers verfijnde hij zijn vaardigheden in 3D-ontwerp en technische modellering. ‘Juist die combinatie van verschillende perspectieven maakt het interessant. Als mensen met verschillende expertise naar hetzelfde probleem kijken, ontstaan vaak de beste ideeën.’ Ook bracht Youssef een periode door in Seattle, waar hij onderzoek deed in een internationale setting naar tumoren. Een ervaring uit dat onderzoek raakte hem in het bijzonder. Hij werkte met vrouwen die deelnamen aan onderzoek rondom abortuszorg. ‘Ik dacht vooraf dat deelname misschien juist belastend zou zijn in zo’n moeilijke periode. Maar veel vrouwen gaven aan het juist waardevol te vinden dat ze, ondanks hun situatie, konden bijdragen aan kennis die anderen kan helpen. Dat liet mij zien dat wetenschap niet alleen analytisch en rationeel is, maar ook iets menselijks kan hebben. Het kan soms ook een warm instrument zijn.’ 

Onderzoek dicht bij de patiënt

Ook binnen Noordwest vertaalt zijn nieuwsgierigheid zich in concrete onderzoeksprojecten. Een belangrijk deel daarvan richt zich op de behandeling van patiënten met een carpaal tunnelsyndroom. Samen met collega’s kijkt hij hoe diagnostiek kan worden verbeterd, operatieve technieken kunnen worden geoptimaliseerd en behandelingen beter kunnen worden afgestemd op de individuele patiënt. ‘Uiteindelijk willen we beter kunnen voorspellen welke behandeling voor welke patiënt het meest passend is,’ legt hij uit. ‘Zodat we zorg doelmatiger én patiëntgerichter kunnen inzetten.’ Daarnaast is hij betrokken bij een samenwerking tussen Noordwest Ziekenhuisgroep en Amsterdam UMC, gericht op de behandeling van patiënten met een chronisch subduraal hematoom. Voor dit onderzoek wordt een promovendus aangesteld. ‘Dit soort samenwerkingen brengen nieuwe dynamiek,’ zegt hij. ‘Ze helpen om klinische vragen sneller te vertalen naar verbeteringen in de praktijk.’ 

Onderzoek in een topklinische setting

Goede ideeën alleen zijn niet genoeg. Onderzoek vraagt ook om randvoorwaarden: tijd, financiering en een organisatie die het faciliteert. ‘In academische centra zijn die structuren vaak vanzelfsprekender,’ legt hij uit. ‘Maar een groot deel van de zorg vindt plaats in perifere ziekenhuizen. Juist daar liggen veel relevante onderzoeksvragen.’ Binnen Noordwest ziet hij een duidelijke ontwikkeling. ‘Met het Research Center en de ondersteuning vanuit de Noordwest Academie ontstaan steeds meer mogelijkheden om onderzoek op te zetten en uit te voeren. Het helpt enorm dat er structuur komt en dat klinische vragen ook echt vertaald kunnen worden naar onderzoek.’ Door zijn werkzaamheden slim te organiseren en er ook buiten werktijd mee bezig te zijn creëert hij ruimte om onderzoek verder te brengen. En minstens zo belangrijk: het gesprek met collega’s. ‘Door ideeën te delen, worden ze scherper en ontstaat er vaak een betere onderzoeksrichting.’  

Essentieel onderdeel van goede zorg

Onderzoek is geen extra, maar een essentieel onderdeel van goede zorg. ‘De behandelingen die we vandaag gebruiken, zijn het resultaat van jarenlang onderzoek,’ zegt hij. ‘Door zelf onderzoek te blijven doen, dragen we bij aan de zorg van morgen. Als we de zorg toekomstbestendig willen houden, moeten we blijven onderzoeken hoe het beter kan voor onze patiënten, in Noordwest en daarbuiten. En misschien nog wel belangrijker: zoek elkaar op. Wetenschap is een gezamenlijke inspanning. Door samen te werken wordt het niet alleen beter, maar ook leuker.’