Winnaars 2018

Dit zijn de winnaars van de Pieter van Foreest Wetenschapsprijs in 2018.

Foreest publicatieprijs voor Maurits Wondergem

Maurits Wondergem, sinds zes jaar werkzaam als nucleair geneeskundige bij Noordwest Ziekenhuisgroep, heeft de Pieter van Foreest publicatieprijs 2018 gewonnen. Hij kreeg de prijs voor zijn onderzoek naar de beste manier om eventuele uitzaaiingen bij prostaatkanker in beeld te brengen. Tijdens de wetenschapsdag op donderdag 11 oktober 2018 in Alkmaar kreeg Wondergem de meeste stemmen vanuit de zaal. Daarmee verdiende hij de Pieter van Foreestpenning, een cheque van vijfhonderd euro en een mooie bos bloemen. Bovendien wordt zijn naam bijgeschreven op het bord met winnaars dat in een van de gangen van het Alkmaarse ziekenhuis hangt.

Zestien inzendingen waren er dit jaar voor de publicatieprijs, die traditiegetrouw wordt uitgereikt voor de beste wetenschappelijke publicatie van het voorafgaande jaar. De jury, bestaande uit de vier leden van de Wetenschappelijke Advies Raad, had er drie genomineerd. Ze had daarbij rekening gehouden met de criteria dat het artikel gepubliceerd moest zijn in een (internationaal) peer reviewed tijdschrift, dat een onderzoeker uit Noordwest de eerste of tweede auteur moest zijn en dat het onderzoek geheel of gedeeltelijk in Noordwest moest hebben plaatsgevonden.

Aan al deze voorwaarden voldoet het artikel 18F-DCFPyL PET/CT in the Detection of Prostate Cancer at 60 and 120 Minutes: Detection Rate, Image Quality, Activity Kinetics, and Biodistribution van Maurits Wondergem dat gepubliceerd is in Journal of Nucleair Medicine. Het maakt onderdeel uit van het onderzoek waarop hij in 2017 promoveerde. Hij kijkt daarin naar de inzet van de PET-scan bij prostaatkankerpatiënten. Een van zijn conclusies is dat na toediening van de radioactieve stof het beste twee uur kan worden gewacht voor de scan wordt gemaakt.

Per jaar krijgen in Nederland meer dan tienduizend mannen de diagnose prostaatkanker. Om te zien of er uitzaaiingen zijn, worden beeldvormende technieken zoals CT, MRI en PET-scan ingezet. Wondergem: “De PET-scan is over het algemeen het meest geschikt voor het aantonen van uitzaaiingen: je ziet er meer op. Maak je alleen een CT-scan of MRI, dan mis je in zo'n 45 procent van de gevallen metastasen (uitzaaiingen) in de lymfeklieren of het bot.”

Voor een PET-scan is een licht radioactieve stof (zoals fluor) nodig die afwijkingen doet oplichten. Deze zogeheten tracer krijgt de patiënt via een zoutoplossing in de bloedbaan ingespoten. Voor veel kankertypen wordt daarbij glucose gebruikt, maar voor prostaatkankeronderzoek is dat niet geschikt. “Wij gebruiken het zogeheten PSMA-molecuul dat we hechten aan de fluor”, vertelt Wondergem. “In Nederland was Noordwest daarmee de eerste en wereldwijd ongeveer de vijfde.”

Omdat radioactieve stoffen een vervaltijd hebben, was timing belangrijk. “In eerste instantie wachtten we een uur voor we gingen scannen. De tracer moet zijn weg door het lichaam vinden. Maar bij 39 procent van de patiënten zien we na 120 minuten méér afwijkingen dan na 60 minuten. Bij negen procent leidt dit tot een andere behandeling. Met een relatief kleine ingreep – je wacht gewoon langer – kunnen we mensen nu dus gerichter behandelen. Er is een grotere kans op genezing terwijl we onnodige behandelingen met daarmee gepaard gaande bijwerkingen voorkomen. Vervolgonderzoek moet aantonen wat de precieze waarde van de PET-scan op de behandeling is.”

De toepassing was mogelijk dankzij het feit dat Noordwest Ziekenhuisgroep over een eigen cyclotron beschikt voor de productie van de benodigde medische isotopen. De tracer met PSMA is inmiddels ook voor mensen buiten Alkmaar beschikbaar. De isotopen worden vanuit Noordwest getransporteerd naar ziekenhuizen in onder meer Hoorn, Utrecht, Leiderdorp, Gouda en Tilburg. Een PET-scan is wel meer belastend dan alleen een CT. Wondergem: “De patiënt moet die 120 minuten in afzondering liggen en dan duurt de scan nog 25 minuten. Bovendien is een PET-scan duurder.”

Maurits Wondergem, winnaar van de Pieter van Foreest publicatieprijs 2018. Foto Nikki Natzijl.

Maurits Wondergem, winnaar van de Pieter van Foreest publicatieprijs 2018. Foto Nikki Natzijl.

Andere genomineerden

Naast Wondergem waren ook Rachida Rafiq (longziekten, in samenwerking met Wim Boersma) en Sascha Meyer (klinische neuropsychologie, met Jos de Jonghe) in de gelegenheid gesteld hun onderzoek voor de zaal te presenteren.

Rafiq was genomineerd voor haar artikel Effects of daily vitamin D supplementation on respiratory muscle strength and physical performance in vitamin D-deficient COPD patients: a pilot trial. Zij onderzocht of de toediening van vitamine D bij COPD-patiënten effect heeft op hun ziekte, met name op hun spierkracht en het aantal opvlammingen van de ziekte en dus hun kwaliteit van leven. Deze pilot-studie gaf voldoende aanleiding om het onderzoek voort te zetten onder een grotere populatie die langer gevolgd gaat worden en waarbij de dosis vitamine wordt verhoogd. Deze zogeheten Precovid-studie loopt nog. De inclusie is net afgelopen, maar, kon Rafiq tot haar vreugde melden: de meeste patiënten hiervoor komen van Noordwest.

Neuropsycholoog Sascha Meyer vertelde dat mensen die komen voor een geheugentest niet altijd hun best doen: zo'n zes procent geeft bewust verkeerde antwoorden. Zij hebben daar een belang bij vanwege bijvoorbeeld een strafzaak of een werkconflict. In zijn artikel The Visual Association Test-Extended: a cross sectional study of the performance validity measures legt hij uit hoe onderzoekers dit zogeheten onderpresteren kunnen ontdekken. Met behulp van een associatietest met plaatjes (de VAT-E) wordt in 55 procent van de gevallen duidelijk wie met opzet zijn best niet doet. Maar, nog belangrijker aldus Meyer: de test herkent 97 procent van de mensen die werkelijk met geheugenproblemen kampen.