Onderzoek in Noordwest Ziekenhuisgroep: Half miljoen Nederlanders lijden aan tandartsfobie

 

Een half miljoen Nederlanders zijn zo bang voor de tandarts dat ze gemiddeld meer dan twaalf jaar niet naar hun gebit laten kijken. Erik Vermaire, tandarts-angstbegeleiding bij de afdeling Bijzondere Tandheelkunde van de Noordwest Ziekenhuisgroep, onderzocht welke invloed dat heeft op hun kwaliteit van leven. Dit onderzoek is nu bekroond met de Pieter van Foreest publicatieprijs 2017.

Wat een impact angst voor de tandarts op iemands leven kan hebben, illustreert Vermaire met het verhaal van één van de patiënten die op zijn afdeling worden behandeld. Deze man werkte jarenlang in een baan onder zijn niveau om te voorkomen dat hij met klanten of collega's zou moeten vergaderen. Ze zouden dan onvermijdelijk zicht krijgen op het gebit waarvoor hij zich zo schaamde.

Een tandartsfobie heeft dus invloed op de kwaliteit van leven, maar kunnen we die ook uitdrukken in cijfers en hoe groot is deze ziektelast dan in heel Nederland, vroeg Vermaire zich af. Bij zijn onderzoek waren 76 patiënten ouder dan 25 jaar van de afdeling bijzondere tandheelkunde van Noordwest betrokken. Via TNO, waar Vermaire ook werkzaam is, werd uit een dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking een vergelijkbare controlegroep onderzocht, zonder bijzondere tandarts-angst.

Het onderzoek wijst uit dat de ziektelast van een tandartsfobie aanzienlijk is, vertelt Vermaire. “Zetten we de ziektelast van allerlei aandoeningen op een rij, dan blijkt angst voor de tandarts op het niveau van dikke darmkanker en infecties aan de onderste luchtwegen uit te komen. Het gaat dus echt om een grote invloed op de kwaliteit van leven.”

Kan de tandarts die ziektelast verminderen? Ja, meent Vermaire. “Het gevoel van machteloosheid dat mensen in de tandartsstoel ervaren blijkt het grootste aspect van de angst. Veel informatie geven en goed uitleggen wat je gaat doen, kan een deel van de angst wegnemen. Als tandarts-angstbegeleiding maak ik de angst bij de patiënt beheersbaar en geef ik hem/haar weer zoveel vertrouwen dat ze hun gebit weer durven te laten onderhouden. Als dat lukt, geeft dat een bijzondere voldoening. Je hebt mensen dan van een bepaalde last in hun leven afgeholpen waardoor hun leven weer een stukje leuker wordt.”

Het onderzoek van Vermaire is gepubliceerd in het gezaghebbende tijdschrift European Journal of Oral Sciences. Op 3 oktober ontving hij er de Pieter van Foreest publicatieprijs voor. Voor deze prijs waren ook onderzoekster Manon Hanrath-Komen en orthopedisch chirurg Olivier Temmerman genomineerd.

Manon Hanrath doet al sinds 2007 promotieonderzoek naar hoofdhuidkoeling om haaruitval bij chemotherapie te beperken of te voorkomen. In een van haar studies concludeert zij dat het mogelijk is de nakoeltijd bij een bepaald type chemo terug te brengen van drie kwartier naar twintig minuten, wat minder belastend is voor de patiënt.

Olivier Temmerman en collega's vergeleken in het kader van 'zinnige en zuinige zorg' verschillende methoden om de radiologische resultaten van een bepaald type rugoperatie – de zogeheten wervelfusie – te beoordelen. Een van hun bevindingen daarbij was dat het alleen bij twijfelgevallen nodig is een CT-scan te maken. In alle andere gevallen geven goede röntgenfoto's een duidelijk beeld.

 

Aanmoedigingsprijs

De Pieter van Foreest aanmoedigingsprijs is toegekend aan verpleegkundig specialist longziekten Inge Weemhoff. Het is de eerste keer dat deze prijs voor een veelbelovende onderzoeker naar een verpleegkundige gaat.

Weemhoff krijgt de prijs voor haar in december 2016 gestarte onderzoek 'Van draaideur naar schuifdeur'. Onderzocht wordt of het aantal heropnames van patiënten met COPD kan worden teruggebracht door extra begeleiding van een longverpleegkundige. Het betreft een transmuraal onderzoek dat wordt uitgevoerd in samenwerking met HONK, de huisartsenorganisatie Noord-Kennemerland. Zorgverzekeraar VGZ tekent voor de financiële ondersteuning.

Het aantal patiënten met COPD stijgt, vertelde Weemhoff tijdens de presentatie van haar onderzoek. Er is een landelijk actieprogramma van start gegaan om kwalitatief nog betere en betaalbare zorg te realiseren. Een van de doelen is het aantal  opnamedagen terug te brengen met 25 procent.

Een kwetsbaar moment is de overgang van ziekenhuis naar thuissituatie. Daarbij gaat veel mis, waardoor heropnames vaak noodzakelijk zijn. Begeleiding door transmuraal longverpleegkundige Mandy Brakenhoff moet dat nu voorkomen. Zij bezoekt de patiënt al binnen twee of drie dagen na thuiskomst voor het eerst. In het half jaar daarna komt zij nog een aantal keren.

Inmiddels zijn 44 van de beoogde 300 patiënten geïncludeerd. Cijfers zijn er uiteraard nog niet, maar de meerwaarde wordt nu al gevoeld, zegt Weemhoff. “De patiënten zijn heel blij met de extra aandacht, en ook van de zorgverleners krijgen we positieve reacties.” 

 

Posterprijs

Maag-, darm- en leverarts Bas van der Spek is winnaar geworden van de Pieter van Foreest posterprijs .

Van der Spek moest het onder meer opnemen tegen Lisanne Roosendaal, arts-assistent geriatrie, die met maar liefst drie posters was genomineerd. Toch koos de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR) voor Van der Spek. Hij laat op zijn poster zien hoe kleine tumoren en poliepen in de darm endoscopisch kunnen worden verwijderd. Dat gebeurt met de nieuwe EFTR techniek waarbij een apparaatje op de endoscoop wordt geplaatst.

Van der Spek heeft de techniek in 2015 vanuit Duitsland naar Alkmaar gehaald, waar inmiddels vijftig patiënten op deze manier zijn behandeld. Hun alternatief was een 'gewone' operatie, waarvoor zij vijf tot acht dagen in het ziekenhuis hadden moeten verblijven. Met de veel minder ingrijpende EFTR-endoscopie konden zij al na één nachtje naar huis.